ECLI:NL:RVS:2024:581
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van EU-richtlijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 29 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling op grond van Richtlijn 2001/55/EG per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 23 november 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde op 12 februari 2024 dat de tijdelijke bescherming krachtens de Richtlijn Tijdelijke Bescherming niet per 4 september 2023 kan worden beëindigd, maar van rechtswege eindigt op 4 maart 2024. De Afdeling vernietigde daarom het besluit van 29 augustus 2023 en de uitspraak van de rechtbank.
De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. De Afdeling benadrukte dat het aan de staatssecretaris is om te bepalen op welke wijze de beëindiging van de tijdelijke bescherming aan de vreemdeling wordt meegedeeld. Hiermee is het hoger beroep gegrond verklaard en het beroep toegewezen.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 is vernietigd en de tijdelijke bescherming loopt door tot 4 maart 2024.