ECLI:NL:RVS:2024:603
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van EU-richtlijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 1 september 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 13 november 2023 ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de tijdelijke bescherming krachtens de Richtlijn Tijdelijke Bescherming geboden is en dat deze bescherming niet per 4 september 2023 kan worden beëindigd, maar krachtens de richtlijn van rechtswege eindigt op 4 maart 2024. De Afdeling vernietigde daarom het besluit van 1 september 2023 en de uitspraak van de rechtbank Den Haag. Het hoger beroep van de vreemdeling werd gegrond verklaard.
De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De Afdeling bepaalde dat het aan de staatssecretaris is om te bepalen op welke wijze hij het einde van de tijdelijke bescherming aan de vreemdeling zal meedelen.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris om de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 te beëindigen wordt vernietigd en het hoger beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard.