ECLI:NL:RVS:2024:607
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van EU-richtlijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 30 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling, gebaseerd op Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382, per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 1 december 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de tijdelijke bescherming krachtens de EU-richtlijn geboden is en niet door de staatssecretaris voortijdig kan worden beëindigd. Dit volgt uit een eerdere uitspraak van 17 januari 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:32), waarin werd vastgesteld dat de bescherming niet eerder dan 4 maart 2024 mag eindigen.
Op grond hiervan verklaart de Afdeling het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 30 augustus 2023. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 2.625,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard.