ECLI:NL:RVS:2024:609
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van Richtlijn Tijdelijke Bescherming
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 31 augustus 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling op grond van Richtlijn 2001/55/EG per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 7 december 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde op 14 februari 2024 dat de tijdelijke bescherming krachtens de Richtlijn Tijdelijke Bescherming niet per 4 september 2023 kan eindigen, maar doorloopt tot 4 maart 2024. Dit volgt uit eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2024:32) waarin is vastgesteld dat de bescherming moet aansluiten bij de duur van de richtlijn.
De Afdeling vernietigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. De staatssecretaris dient zelf te bepalen hoe hij het einde van de tijdelijke bescherming aan de vreemdeling meedeelt.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris dat de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 eindigt wordt vernietigd en de bescherming loopt door tot 4 maart 2024.