ECLI:NL:RVS:2024:611
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 24 augustus 2023 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 11 januari 2024 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Raad van State overwoog dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de staatssecretaris de authenticiteit van de overgelegde documenten had onderzocht via Bureau Documenten en deze documenten ondanks onzekerheid over authenticiteit had betrokken bij de inhoudelijke beoordeling. Het hoger beroep bevatte geen nieuwe vragen die rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming vereisten, waardoor verdere motivering niet nodig was.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. De staatssecretaris werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen, waarmee de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.