ECLI:NL:RVS:2024:611

Raad van State

Datum uitspraak
14 februari 2024
Publicatiedatum
14 februari 2024
Zaaknummer
202400350/1/V2 en 202400350/2/V2
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 91 Vw 2000Art. 92 Vw 2000
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel na hoger beroep

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 24 augustus 2023 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 11 januari 2024 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.

De Raad van State overwoog dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de staatssecretaris de authenticiteit van de overgelegde documenten had onderzocht via Bureau Documenten en deze documenten ondanks onzekerheid over authenticiteit had betrokken bij de inhoudelijke beoordeling. Het hoger beroep bevatte geen nieuwe vragen die rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming vereisten, waardoor verdere motivering niet nodig was.

De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. De staatssecretaris werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten.

Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen, waarmee de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.

Uitspraak

202400350/1/V2 en 202400350/2/V2.
Datum uitspraak: 14 februari 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van Pro de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's­Hertogenbosch, van 11 januari 2024 in zaak nr. NL23.24584 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 24 augustus 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 11 januari 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. B.J.P.M. Ficq, advocaat te Haarlem, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Anders dan de vreemdeling betoogt, heeft de rechtbank terecht overwogen dat de staatssecretaris hem is tegemoetgekomen in het vaststellen van de authenticiteit van de overgelegde documenten, door die voor onderzoek aan Bureau Documenten voor te leggen. Ook gaat de vreemdeling voorbij aan de terechte overweging van de rechtbank dat de staatssecretaris die documenten, hoewel de authenticiteit niet kon worden vastgesteld, wel bij de inhoudelijke beoordeling van de opvolgende aanvraag heeft betrokken. Het oordeel van de rechtbank over die inhoudelijke beoordeling bestrijdt de vreemdeling in hoger beroep niet.
1.1.    Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        bevestigt de aangevallen uitspraak;
II.       wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. C.C.W. Lange, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J.R. Trox, griffier.
w.g. Lange
voorzieningenrechter
w.g. Trox
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 14 februari 2024
968