ECLI:NL:RVS:2024:674
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling op grond van Richtlijn Tijdelijke Bescherming
Bij besluit van 3 juli 2023 bepaalde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid dat het recht op tijdelijke bescherming van de vreemdeling op grond van Richtlijn 2001/55/EG per 4 september 2023 zou eindigen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 5 september 2023 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde op 19 februari 2024 dat de tijdelijke bescherming die de vreemdeling geniet krachtens de Richtlijn Tijdelijke Bescherming niet door de staatssecretaris kan worden beëindigd op 4 september 2023. Dit volgt uit eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2024:32) waarin werd vastgesteld dat de bescherming doorloopt tot 4 maart 2024.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 3 juli 2023. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die verband houden met de behandeling van het beroep en hoger beroep.
Uitkomst: Het besluit van 3 juli 2023 tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.