ECLI:NL:RVS:2024:729
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging handhavingsbesluit wegens gerechtvaardigde verwachting vergunningvrij bouwen
Het college van burgemeester en wethouders van Zeist legde aan appellant een last onder dwangsom op om een carport en schuur aan te passen of te verwijderen omdat deze zonder vergunning waren gebouwd en de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken het toegestane maximum overschreed.
Appellant voerde aan dat hij op basis van informatie van een medewerker van het bouwloket mocht vertrouwen op vergunningvrij bouwen van 46,4 m², mede omdat hij een bestaand schuurtje had afgebroken. De rechtbank vernietigde het besluit van het college wegens onduidelijkheid, maar stelde wel dat de oppervlakte te groot was.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat appellant gerechtvaardigd mocht vertrouwen op de informatie van het bouwloket, dat de medewerker de opvatting van het college vertolkte. Het college heeft dit niet onderkend en het besluit van 13 juli 2021 moet daarom worden vernietigd. Het college dient opnieuw te beslissen met inachtneming van de gerechtvaardigde verwachtingen en belangenafweging.
De Afdeling schorst het besluit van 10 mei 2019 tot zes weken na het nieuwe besluit en bepaalt dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van 13 juli 2021 wordt vernietigd en het besluit van 10 mei 2019 geschorst tot het college een nieuw besluit neemt.