ECLI:NL:RVS:2024:751
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dwangsom voor vervoeren inbrekerswerktuig in openbare ruimte Gouda
Het college van burgemeester en wethouders van Gouda legde appellant een last onder dwangsom op van € 2.500,- wegens het vervoeren van een inbrekerswerktuig, een grote platkopschroevendraaier, op een openbare plaats. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen de invordering van de dwangsom, maar deze werden ongegrond verklaard door het college en de rechtbank.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij niet aan het signalement van de vermeende inbrekers voldeed en dat de inhoud van de melding daarom niet meegenomen mocht worden. De Afdeling oordeelde dat het college de melding terecht heeft meegewogen, aangezien de melding sprak over een groep 'Marokkaanse' jongens die 'Marokkaans' spraken, wat zowel Arabisch als Berbers kan betekenen.
Verder vond de Afdeling dat de wisselende en tegenstrijdige verklaringen van appellant over het vervoeren van de schroevendraaier de geloofwaardigheid van zijn verhaal ondermijnden. Het college mocht daarom aannemen dat het om een inbrekerswerktuig ging en de dwangsom terecht invorderen.
Appellant voerde aan dat de invordering onevenredig was vanwege de hoogte van het bedrag en de verstreken tijd. De Afdeling verwierp dit omdat het belang van invordering zwaarwegend is en het college bereid was tot een betalingsregeling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de invordering van de dwangsom wegens het vervoeren van een inbrekerswerktuig en verklaart het hoger beroep ongegrond.