ECLI:NL:RVS:2024:757
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 12 juli 2023 bepaald dat het recht op tijdelijke bescherming van een vreemdeling op grond van Richtlijn 2001/55/EG en het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 per 4 september 2023 eindigt. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling verwijst naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2024:32) waarin is geoordeeld dat de tijdelijke bescherming voor derdelanders die rechtmatig in Oekraïne verbleven en zich voor 19 juli 2022 in Nederland inschreven, niet per 4 september 2023 kan worden beëindigd, maar krachtens de richtlijn moet worden gehandhaafd tot 4 maart 2024.
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank terecht het beroep gegrond heeft verklaard en het besluit van 12 juli 2023 heeft vernietigd. Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van de vreemdeling vervalt. De Afdeling bevestigt het oordeel van de rechtbank met verbetering van de gronden en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van € 875,00.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de vernietiging van het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 en bepaalt dat deze bescherming eindigt op 4 maart 2024.