ECLI:NL:RVS:2024:82
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering wijziging verblijfsvergunning
De vreemdeling heeft bij besluit van 29 juli 2022 een aanvraag ingediend tot wijziging van de beperking van zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke is afgewezen door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat bij besluit van 12 juni 2023 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 9 november 2023 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek geen spoedeisend belang bevatte voor het treffen van een voorlopige voorziening. Daarom werd het verzoek afgewezen en werd de staatssecretaris niet verplicht tot vergoeding van proceskosten.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter D.A. Verburg, in aanwezigheid van griffier D.I. Schipper, op 15 januari 2024. Hiermee blijft de afwijzing van de wijziging van de beperking van de verblijfsvergunning in stand gedurende de procedure.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de wijziging van de verblijfsvergunning wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.