ECLI:NL:RVS:2024:932
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit dwangsom huisvesting arbeidsmigranten wegens disproportionele hoogte
Het college van burgemeester en wethouders van Zaltbommel legde op 22 maart 2021 een last onder dwangsom op aan [appellante] wegens het huisvesten van arbeidsmigranten in strijd met het provinciaal inpassingsplan. Na bezwaar en beroep stelde de rechtbank het college in het gelijk en handhaafde de dwangsom van €30.000,00. [Appellante] stelde in hoger beroep dat de dwangsom disproportioneel en onvoldoende gemotiveerd was.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college terecht het huisvesten als strijdig gebruik had aangemerkt en dat het overgangsrecht niet van toepassing was. Wel was de hoogte van de dwangsom onjuist vastgesteld. Het college had onvoldoende gemotiveerd waarom het maximale bedrag uit de bandbreedte was gekozen, terwijl geen overlast was gebleken.
De Afdeling stelde de dwangsom daarom vast op €15.000,00, passend bij de economische voordelen die [appellante] had genoten. De invordering van de dwangsom was niet onevenredig, omdat de overtreding op 4 mei 2021 nog bestond. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De dwangsom wordt vastgesteld op €15.000,00 en het hoger beroep wordt gegrond verklaard.