ECLI:NL:RVS:2024:934
Raad van State
- Hoger beroep
- R. Uylenburg
- A. Kuijer
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering paspoortaanvraag wegens verlies Nederlanderschap na langdurig verblijf in geboorteland
Appellante, geboren in Zuid-Afrika in 1955 met dubbele nationaliteit, verloor haar Nederlanderschap in 1995 door tien jaar onafgebroken verblijf in haar geboorteland. De minister weigerde haar paspoortaanvraag omdat zij niet langer Nederlander was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit in hoger beroep.
De Afdeling oordeelt dat het peilmoment voor de beoordeling van het verlies van het Nederlanderschap het moment van het daadwerkelijke verlies in 1995 is. Daarbij moeten niet alleen de op dat moment zichtbare gevolgen worden meegewogen, maar ook redelijkerwijs voorzienbare gevolgen. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij toen een bijzondere emotionele of maatschappelijke band had die het verlies onevenredig zou maken.
Het beroep op bescherming van het gezinsleven faalt omdat er in 1995 geen sprake was van een gezinsleven in Nederland en de kinderen toen nog in Zuid-Afrika woonden. De Afdeling sluit zich aan bij de gemotiveerde overwegingen van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante is ongegrond verklaard en het besluit van de minister tot niet in behandeling nemen van de paspoortaanvraag is bevestigd.