ECLI:NL:RBDHA:2021:6282
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Nederlands paspoort wegens verlies Nederlanderschap na tienjaar verblijf in buitenland
Eiseres, geboren in 1955 en met dubbele nationaliteit door geboorte in Zuid-Afrika, verloor het Nederlanderschap op 1 januari 1995 van rechtswege omdat zij onafgebroken tien jaar in het buitenland woonde. Zij had de mogelijkheid om het Nederlanderschap te herkrijgen via een optieprocedure tussen 2003 en 2005, maar heeft dit niet schriftelijk gedaan. Haar broer behield het Nederlanderschap omdat hij een Nederlands paspoort had na 1990 en vóór 1995.
Eiseres stelde dat zij mondeling had geopteerd en meerdere malen Nederland had bezocht om de optieprocedure te starten, en dat zij mocht vertrouwen op verkrijging van een paspoort. De rechtbank oordeelde dat deze stellingen onvoldoende zijn onderbouwd en dat de burgemeester van de gemeente waar zij zich meldde niet bevoegd was om de optieverklaring te ontvangen. Ook was de visumaanvraag geen optieverklaring.
Verweerder voerde een evenredigheidstoets uit op grond van het Tjebbes-arrest van het HvJEU en concludeerde dat het verlies van het Nederlanderschap voor eiseres geen onevenredige gevolgen had vanuit Unierechtelijk oogpunt. De rechtbank bevestigde dit oordeel, stellende dat de emotionele en familiale banden geen rechten aan het Unieburgerschap verbinden en dat op het moment van het verlies geen sprake was van een beschermenswaardig gezinsleven in Nederland.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond, waarmee de afwijzing van de paspoortaanvraag werd bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de paspoortaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat eiseres het Nederlanderschap van rechtswege verloor en niet tijdig heeft herkregen.