ECLI:NL:RVS:2024:944
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J. Schipper-Spanninga
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging waarschuwing preventieve stillegging wegens herhaalde overtreding valbeveiligingsvoorschriften
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gaf appellante op 17 december 2019 een waarschuwing preventieve stillegging na een inspectie op 10 oktober 2018, waarbij een herhaalde overtreding van artikel 3.16, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit werd geconstateerd. Appellante voerde saneringswerkzaamheden uit waarbij asbesthoudende golfplaten werden verwijderd. Een eerdere overtreding vond plaats op 16 november 2015, waarvoor een boete met 75% was gematigd.
Appellante maakte bezwaar tegen de boete van 2018 en de waarschuwing, stellende dat de boete voor 2018 ook gematigd had moeten worden en dat de overtredingen verschillen in aard. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de minister handhaafde de waarschuwing. In hoger beroep betoogde appellante dat de minister de beoordelingscriteria uit de Beleidsregel preventieve stillegging arbeidswetten niet juist had toegepast en dat de waarschuwing inmiddels niet meer gehandhaafd kon worden wegens tijdsverloop.
De Raad van State oordeelde dat beide overtredingen onder artikel 3.16 vallen en vergelijkbaar zijn, dat de minister terecht rekening hield met de omstandigheden en aard van de overtredingen, en dat onvoldoende toezicht en maatregelen waren getroffen om herhaling te voorkomen. De minister had de evenredigheid van de waarschuwing zorgvuldig afgewogen en de termijn van vijf jaar waarbinnen een stilleggingsbevel kan worden gegeven, loopt vanaf de waarschuwing, niet vanaf de overtreding. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De waarschuwing preventieve stillegging wordt bevestigd wegens herhaalde overtreding van valbeveiligingsvoorschriften.