ECLI:NL:RVS:2024:864
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J. Schipper-Spanninga
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boete wegens overtreding valbeveiligingsvoorschriften bij asbestsanering
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde [appellante] een boete op wegens overtreding van artikelen 3.16 en 7.18b van het Arbobesluit tijdens asbestsaneringswerkzaamheden waarbij valbeveiliging onvoldoende was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de boete. [Appellante] stelde hoger beroep in en voerde aan dat de gebruikte valstopapparaten voldoende waren en dat bediening van het werkplatform vanuit de cabine veiliger was.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat [appellante] onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat collectieve valbeveiliging niet mogelijk was en dat de gebruikte valstopapparaten niet dezelfde mate van beveiliging boden als positioneringslijnen. Ook werd de bediening vanuit de cabine niet als veiliger beoordeeld.
De Afdeling matigde de boete met 5% wegens overschrijding van de redelijke termijn en vernietigde het vonnis van de rechtbank. De boete werd vastgesteld op €10.260. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Boete voor overtreding valbeveiligingsvoorschriften gematigd naar €10.260 en uitspraak rechtbank vernietigd.