ECLI:NL:RVS:2024:950
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing openbaarmaking documenten over Radio Dabanga na inval Soedanese veiligheidsdienst
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de afwijzing door de minister van Buitenlandse Zaken van verzoeken om openbaarmaking van documenten over Radio Dabanga, een radiostation gericht op Soedan. Appellant had op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en later de Wet open overheid (Woo) diverse documenten opgevraagd, waaronder visuminformatie, correspondentie en ambtsberichten over een inval door de Soedanese veiligheidsdienst in 2010.
De minister wees de verzoeken af vanwege het risico op onevenredige benadeling van betrokkenen en de ongewijzigde veiligheidssituatie in Soedan. De rechtbank bevestigde dit besluit en oordeelde dat de minister bevoegd was en dat de omstandigheden onvoldoende waren veranderd om openbaarmaking te rechtvaardigen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank ten onrechte geen kennis had genomen van geheime stukken en dat de mandaatregeling geen bevoegdheid gaf voor herzieningsbesluiten. Ook stelde appellant dat de veiligheidssituatie verbeterd was en dat de VN-mensenrechtenraad haar monitoring had beëindigd.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank terecht zonder geheime stukken kon beoordelen, dat de mandaatregeling wel bevoegdheid gaf voor herzieningsbesluiten en dat de veiligheidssituatie onvoldoende was veranderd. Tevens werd geoordeeld dat het nieuwe verzoek op grond van de Woo geen herhaald verzoek was, maar dat de minister nog niet op dat verzoek had beslist.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de openbaarmaking van documenten bevestigd.