ECLI:NL:RVS:2024:958
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit handhaving bouw berging en tuinmuur wegens onjuiste hoogtebepaling
Op 10 juli 2020 verzocht appellant het college van Bergen op Zoom om handhavend op te treden tegen het zonder omgevingsvergunning bouwen van een berging en tuinmuur op het perceel van belanghebbende. Het college wees dit verzoek op 30 juli 2020 af, omdat uit controles bleek dat de bouwwerken zonder vergunning konden worden gebouwd, gemeten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein.
Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar. Het college handhaafde het besluit op bezwaar en de rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat het college ten onrechte het afgewerkte terrein als uitgangspunt nam voor de hoogtebepaling van de berging en tuinmuur. Door het egaliseren en ophogen van het perceel, dat niet noodzakelijk was voor de bouwwerken, ligt het terrein nu hoger dan het natuurlijke verloop, waardoor de bouwwerken hoger lijken dan toegestaan. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, en draagt het college op een nieuw besluit te nemen met correcte toepassing van de hoogtebepaling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het college wordt vernietigd met opdracht tot nieuw besluit.