ECLI:NL:RVS:2025:1
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie legde op 23 november 2024 een vrijheidsontnemende maatregel op aan de vreemdeling. De rechtbank Den Haag verklaarde op 17 december 2024 het beroep van de vreemdeling gegrond en beval wijziging van de tenuitvoerlegging van de maatregel, mede vanwege niet-specialistische bewaring in het Justitieel Complex Schiphol (JCS).
Tegen deze uitspraak zijn zowel de minister als de vreemdeling in hoger beroep gegaan. De vreemdeling verzocht tevens de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening die de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel zou bewerkstelligen.
De voorzieningenrechter overwoog dat ondanks de eerdere uitspraak van de rechtbank en de gewijzigde omstandigheden in het JCS, het belang van grensbewaking dat de minister aanvoert doorslaggevend blijft. Daarom werd het verzoek van de vreemdeling afgewezen en werd de minister niet verplicht de maatregel op te heffen.
De voorzieningenrechter wees ook het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan op 2 januari 2025 door voorzieningenrechter A. Kuijer.
Uitkomst: Het verzoek van de vreemdeling om de vrijheidsontnemende maatregel op te heffen wordt afgewezen.