ECLI:NL:RBDHA:2024:21322
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank gelast overplaatsing vreemdeling uit niet-specialiseerde detentievoorziening
Eiseres is vrijheidsontnemend vastgehouden op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 in het Justitieel Complex Schiphol (JCS). Zij betoogt dat de detentie onevenredig bezwarend is, dat het regime in het JCS niet voldoet aan de eisen van een gespecialiseerde inrichting zoals bedoeld in artikel 10 van Pro de Opvangrichtlijn, en dat haar rechten zijn geschonden, onder meer door het ontbreken van een juiste informatieverstrekking en te late rechtsbijstand.
De rechtbank overweegt dat de vrijheidsontnemende maatregel niet onrechtmatig is opgelegd, maar dat de wijze van tenuitvoerlegging in het JCS niet voldoet aan de vereisten van een gespecialiseerde inrichting. De dagelijkse insluitingstijd van 16 uur en het regime dat sterk lijkt op dat van een gevangenis maken dat het JCS niet langer als gespecialiseerde inrichting kan worden aangemerkt.
De rechtbank wijst erop dat de verlengde insluitingstijd een vergaande beperking van de bewegingsvrijheid inhoudt en dat verweerder onvoldoende heeft onderbouwd dat het regime nog duidelijk onderscheidt met strafrechtelijke detentie. De rechtbank gelast daarom onmiddellijke overplaatsing van eiseres naar een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie en kent haar een schadeloosstelling toe van €780.
Daarnaast wijst de rechtbank het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit zelf af en veroordeelt verweerder in de proceskosten van €1.750. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank gelast onmiddellijke overplaatsing van eiseres naar een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie en kent haar een schadeloosstelling toe van €780.