ECLI:NL:RVS:2025:1017
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen bestuursdwang voor verkeerd aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 16 februari 2024 spoedeisende bestuursdwang toegepast door het verwijderen van een kartonnen doos die op de stoep bij Valkenboslaan 41 lag. Het college stelde dat appellante de doos verkeerd had aangeboden, omdat haar adres op het label stond. Appellante betwist dit en stelt dat zij de doos op 7 februari 2024 op straat heeft gezet met de intentie deze op de papierophaaldag (8 februari) aan te bieden.
De Afdeling bestuursrechtspraak hanteert een bewijsvermoeden dat als afval tot een persoon is te herleiden, deze persoon als overtreder wordt aangemerkt, tenzij het bewijsvermoeden wordt ontkracht. Appellante slaagde er niet in dit vermoeden te ontkrachten, omdat haar stellingen onvoldoende objectief en onderbouwd waren. Het college had bovendien onderzocht of er onregelmatigheden waren bij de afvalinzameling, maar dat bleek niet het geval.
Daarom oordeelt de Afdeling dat het college appellante terecht als overtreder heeft aangemerkt en verklaart het beroep ongegrond. Tevens hoeft het college geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het college mag de bestuursdwangkosten aan haar doorberekenen.