ECLI:NL:RVS:2025:1026
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging RDW-besluiten over CO2-uitstootregistratie van ingevoerde voertuigen
Appellante heeft twee voertuigen uit Duitsland ingevoerd en verzocht de RDW om correctie van de geregistreerde CO2-uitstoot in het kentekenregister, omdat deze volgens haar onjuist was vastgesteld op basis van Duitse kentekenbewijzen. De RDW weigerde aanvankelijk het verzoek in behandeling te nemen en verklaarde later de bezwaren ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en ongegrond.
In hoger beroep stelt appellante dat de CO2-uitstoot volgens de Scandinavische rekenmethode berekend moet worden, omdat de voertuigen niet voor de Europese markt bestemd zijn en geen Europese typegoedkeuring hebben. De RDW baseerde zich op de Kentekenbewijzenrichtlijn en de Duitse kentekenbewijzen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de RDW navraag had moeten doen bij de Duitse autoriteiten vanwege de twijfel die appellante heeft gezaaid over de juistheid van de CO2-uitstoot.
De besluiten van 19 september 2022 zijn niet zorgvuldig genomen en onvoldoende gemotiveerd. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de bestreden besluiten en draagt de RDW op binnen twaalf weken nieuwe besluiten te nemen, na navraag bij de bevoegde Duitse instanties. Tevens worden proceskosten aan appellante toegekend.
Uitkomst: De RDW-besluiten worden vernietigd en de RDW moet nieuwe besluiten nemen na navraag bij Duitse autoriteiten.