ECLI:NL:RVS:2025:103
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J. Schipper-Spanninga
- M.C. Stoové
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid administratief beroep wijziging patronaat advocaat
Appellant liep tot en met 17 februari 2020 stage voor de beroepsopleiding advocatuur en verzocht tijdens zijn stage om wijziging van zijn patronaat. De Amsterdamse Orde van advocaten keurde dit verzoek op 30 april 2019 goed. De stage eindigde zonder stageverklaring en appellant werd op 3 juni 2020 van het tableau geschrapt.
Op 12 mei 2021 verzocht appellant om herziening van het goedkeuringsbesluit en stelde administratief beroep in, dat werd afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid omdat appellant te laat was met het indienen van het beroepschrift. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant eveneens niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang, omdat appellant niet meer als advocaat staat ingeschreven en de beslissingen in rechte vaststaan.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel degelijk belang had, onder meer vanwege financiële schade en een lopende procedure bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp deze argumenten, oordeelde dat het procesbelang ontbrak en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De algemene raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd wegens ontbreken van procesbelang.