ECLI:NL:RVS:2025:1050
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
De minister van Asiel en Migratie verklaarde op 13 december 2024 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 17 februari 2025 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde maar de rechtsgevolgen in stand liet.
Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde op 13 maart 2025 dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, omdat de rechtsvraag reeds eerder is beantwoord en het hoger beroep geen nieuwe relevante vragen bevat.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.