ECLI:NL:RVS:2025:1051
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie wees op 29 november 2024 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 14 februari 2025 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat de vreemdeling niet heeft toegelicht waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn, waardoor geen inhoudelijk oordeel mogelijk was. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom ook afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter C.M. Wissels op 13 maart 2025, in aanwezigheid van griffier N. Tibold. Hiermee is het hoger beroep definitief gestrand zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.