ECLI:NL:RVS:2025:109
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid hoger beroep inzake niet tijdig genomen besluit op bezwaar
De appellant, eigenaar van een pand te Utrecht, maakte bezwaar tegen een last onder dwangsom opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Utrecht. Na diverse procedures over het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar, waarbij eerdere uitspraken werden vernietigd en verzet werd gegrond verklaard, nam het college uiteindelijk alsnog een besluit op bezwaar. De rechtbank verklaarde daarop het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en voerde onder meer aan dat de rechtbank onjuist had geoordeeld over het procesbelang en dat de procedure onnodig lang had geduurd. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hoger beroep ontvankelijk is en dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het procesbelang was vervallen nadat het college alsnog een besluit had genomen. Tevens werd geoordeeld dat de procedure niet onredelijk lang had geduurd en dat er geen grond is voor schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af. Tevens werd het standpunt van appellant dat eerdere uitspraken onrechtmatig waren, verworpen omdat die uitspraken waren vervallen door het gegrond verklaren van het verzet. De Afdeling oordeelde dat het opleggen van dwangsommen een middel is om tijdige besluitvorming af te dwingen en dat het ontbreken van procesbelang na het alsnog nemen van een besluit terecht werd vastgesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.