ECLI:NL:RVS:2025:1131
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming planschade door windturbine nabij woning in Den Haag
Appellant was eigenaar van een woning nabij een windturbine die werd geplaatst in afwijking van de beheersverordening. Hij vroeg een tegemoetkoming in planschade wegens waardevermindering van zijn woning. Het college kende aanvankelijk een tegemoetkoming toe, maar herzag dit na bezwaar en wees de aanvraag af op basis van een contra-expertise.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de planologische vergelijking terecht uitging van de maximale bouwmogelijkheden van de tussenliggende gronden. Appellant stelde in hoger beroep dat de feitelijke situatie had moeten worden meegewogen en dat ook andere schadefactoren zoals slagschaduw en geluidsoverlast onvoldoende waren beoordeeld.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de planologische vergelijking correct was uitgevoerd volgens vaste jurisprudentie en dat de contra-expertise voldoende onderbouwd was. Ook de waardedaling van de woning werd niet planologisch toegerekend aan de windturbine. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming in planschade bevestigd.