ECLI:NL:RVS:2025:1141
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete wegens overschrijding beslistermijn Arbeidstijdenwet
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan appellanten een boete van €7.875 op wegens vijfendertig overtredingen van de Arbeidstijdenwet in hun voormalige onderneming. De overtredingen stonden vast, maar appellanten verzochten om matiging van de boete.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht geen aanleiding had gezien om de boete te matigen, ook niet vanwege de verkoop van de onderneming met verlies. De rechtbank vond de boete niet onevenredig en stelde dat de redelijke termijn uit artikel 6 EVRM Pro niet was overschreden, omdat die termijn vanaf de boetekennisgeving van 21 november 2021 moest worden berekend.
De Raad van State stelde vast dat de beslistermijn van dertien weken uit artikel 5:51 Awb Pro fors was overschreden, namelijk ruim 81 weken na het boeterapport. Hoewel deze termijn een termijn van orde is en niet leidt tot verval van de bevoegdheid, achtte de Afdeling een matiging van 5% passend vanwege de lange periode en de spanning die dit veroorzaakte.
De overige gronden van appellanten waren grotendeels herhalingen van eerdere bezwaren, waarop de rechtbank gemotiveerd had beslist. De Afdeling vond geen reden om daarvan af te wijken en vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank voor zover zij de boete niet had gematigd.
De boete werd vastgesteld op €7.841,25, en de minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De boete wordt verminderd met 5% vanwege overschrijding van de beslistermijn en vastgesteld op €7.841,25.