ECLI:NL:RVS:2023:913
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- J. Gundelach
- W. den Ouden
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en matiging bestuurlijke boetes wegens onderbetaling minimumloon en vakantiebijslag
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan een uitzendbureau en diens feitelijk leidinggevende bestuurlijke boetes op wegens overtredingen van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml). De boetes betroffen onderbetaling van het minimumloon en de minimumvakantiebijslag, en het niet tijdig verstrekken van loonbescheiden.
Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank Den Haag, waarin de boetes werden verlaagd, stelden appellanten hoger beroep in. Zij betwistten onder meer de vaststelling van onderbetaling en de betrouwbaarheid van het handtekeningenonderzoek op kasbewijzen. De Raad van State oordeelde dat de administratie niet sluitend was en dat de bestuursrechter terecht uitging van de bevindingen van de Arbeidsinspectie en het boeterapport.
De Raad van State bevestigde dat de boetes terecht zijn opgelegd, maar matigde deze met 25% vanwege de overschrijding van de redelijke termijn van de procedure. De boete voor het uitzendbureau werd vastgesteld op € 112.387,50 en voor de leidinggevende op € 14.793,75. Tevens werden proceskosten toegekend aan appellanten.
Uitkomst: De Raad van State stelt bestuurlijke boetes vast met matiging vanwege overschrijding van de redelijke termijn en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.