ECLI:NL:RVS:2025:1145
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- N. Verheij
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrond verklaring bezwaar tegen schadevergoeding mijnbouwschade woning
Appellant is eigenaar van een woning met schuur in Groningen en heeft schade gemeld die verband houdt met mijnbouwactiviteiten. Het Instituut Mijnbouwschade Groningen kende hem een vergoeding toe van €8.637,17, lager dan de eerdere vergoeding van NAM. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen het besluit, maar rechtbank en Afdeling bestuursrechtspraak verklaarden dit ongegrond.
De Afdeling oordeelde dat het Instituut zich terecht baseerde op deskundigenadviezen en bodemgegevens uit het DINOloket, en dat nader bodemonderzoek niet noodzakelijk was. Het bewijsvermoeden dat de schade door mijnbouwactiviteiten is veroorzaakt, werd door het Instituut voldoende weerlegd met een grote mate van zekerheid. Appellant's betogen over onvolledig bodemonderzoek, indirecte effecten van bodemdaling en de hoogte van de herstelkosten werden verworpen.
De Afdeling bevestigde dat het Instituut het schadevergoedingsrecht correct toepaste, met een abstracte schadebegroting en compensatie via wettelijke rente. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.