ECLI:NL:RVS:2025:116
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag overkomst naar Nederland wegens niet-vallen onder speciale voorziening
Appellanten, een Afghaans gezin, verzochten de minister van Buitenlandse Zaken om hun overkomst naar Nederland te faciliteren vanwege hun betrokkenheid bij een bouwproject van een gevangenis in Afghanistan. De minister wees de aanvraag af omdat appellanten geen oproep kregen tijdens de evacuatie en niet onder de speciale voorziening vielen die geldt voor bepaalde medewerkers van Nederlandse projecten.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, waarbij zij zich aansloot bij eerdere uitspraken in kort geding. Appellanten stelden in hoger beroep dat de bestuursrechter de meest gerede rechter is en dat de rechtbank haar motivering had moeten geven, met name over de vermeende strijd met het verbod op willekeur.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de rechtbank terecht geen andere conclusie trok, dat de minister een duidelijke en hanteerbare afbakening hanteert en dat de zwaarte van het bouwproject geen aanleiding geeft tot een andere beoordeling. Ook acht de Afdeling de vrees voor onmenselijke behandeling geen bijzondere omstandigheid die tot overkomst leidt. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.