ECLI:NL:RVS:2025:1166
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek inzake AVG-verzoek gemeente Westland
Appellante diende een inzageverzoek in bij de gemeente Westland op grond van de AVG. De gemeente weigerde aanvankelijk het verzoek wegens onzekerheid over haar identiteit, maar nam het later alsnog in behandeling. Appellante vond dat de gemeente niet volledig had voldaan en stelde dat zij onterecht werd overvraagd. Zij vroeg de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) om handhaving, maar deze wees het verzoek af op basis van prioritering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de AP het college mocht betrekken bij het onderzoek en dat de AP niet verplicht was een inhoudelijk onderzoek te verrichten bij een eerste beoordeling. Tevens werd overwogen dat appellante bezwaar had kunnen maken tegen het besluit van de gemeente maar dit niet had gedaan.
In hoger beroep betoogde appellante onder meer dat het besluit van 7 januari 2019 geen besluit in bestuursrechtelijke zin was en dat de AP onterecht afzag van handhaving. De Raad van State oordeelde dat het geschil tussen appellante en de AP centraal staat en bevestigde de eerdere uitspraak. De AP handelde binnen haar bevoegdheid en prioriteringsbeleid, en het arrest van het Hof van Justitie EU ondersteunt dat verschillende beroepsmogelijkheden naast elkaar kunnen bestaan. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.