ECLI:NL:RVS:2025:1185

Raad van State

Datum uitspraak
14 maart 2025
Publicatiedatum
19 maart 2025
Zaaknummer
202302619/1/A3
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:25 AwbArt. 8:67 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen weigering nadere toetsing bij verstrekking bevoegdheidsdocument

Het hoger beroep betreft een geschil over de verstrekking van een bevoegdheidsdocument door de korpschef, nadat de minister van Veiligheid en Justitie in administratief beroep een vergunning had verleend op grond van artikel 7:25 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De rechtbank had het beroep van appellant tegen het besluit van de minister van 28 juli 2022 ongegrond verklaard. De Afdeling Bestuursrechtspraak bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat de korpschef gehouden is het bevoegdheidsdocument te verstrekken zonder zelf een nadere inhoudelijke toetsing te verrichten.

De Afdeling benadrukt dat de verstrekking van het bevoegdheidsdocument een feitelijke handeling betreft. Indien zich nieuwe feiten en omstandigheden voordoen die niet bij de beoordeling van de minister zijn betrokken, kan de korpschef het verleende verlof intrekken, waarna rechtsmiddelen openstaan voor de betrokkene.

Partijen zijn niet verschenen bij de mondelinge uitspraak van 14 maart 2025. De Afdeling verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 1 maart 2023.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

202302619/1/A3.
Datum uitspraak: 14 maart 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in [woonplaats],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Midden­-Nederland van 1 maart 2023 in zaak nr. 22/4350 in het geding tussen:
[appellant]
en
de Minister van Veiligheid en Justitie.
Openbare zitting gehouden op 14 maart 2025 om 10:45 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: mr. W. Dijkshoorn
Jurist: mr. C.E.J. van der Linden
Partijen zijn niet verschenen.
====================================
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank van 1 maart 2023 waarbij de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van de minister van 28 juli 2022 ongegrond heeft verklaard.
Beslissing:
De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak.
Motivering:
De minister heeft in administratief beroep met toepassing van artikel 7:25 van Pro de Awb de vergunning verleend. Dat betekent dat de korpschef gehouden was om het bevoegdheidsdocument te verstrekken zonder zelf een nadere inhoudelijke toetsing te verrichten. De Afdeling vindt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de verstrekking van het bevoegdheidsdocument een feitelijke handeling is. Dat betekent dat het hoger beroep ongegrond moet worden verklaard.
De Afdeling benadrukt dat de korpschef ertoe gehouden was het document te verstrekken. Indien op basis van nieuwe feiten en omstandigheden, die niet bij de beoordeling van de minister in hoger beroep zijn meegenomen, twijfel ontstaat over de verleende wapenvergunning, kan de korpschef het door de minister verleende verlof intrekken. Tegen dat besluit staan voor de betrokkene dan rechtsmiddelen open. Alleen in dat geval kan de korpschef er van afzien om gevolg te geven aan de opdracht van de minister om het bevoegdheidsdocument af te geven.
w.g. Daalder
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Dijkshoorn
griffier
735-1146