ECLI:NL:RVS:2025:1198
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep minister tegen uitspraak rechtbank over grensdetentie vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie legde op 23 november 2024 een vrijheidsontnemende maatregel op aan een vreemdeling. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling deels gegrond en oordeelde dat de tenuitvoerlegging van de grensdetentie onrechtmatig was, waarna zij wijziging van de tenuitvoerlegging en schadeloosstelling beval.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het Justitieel Complex Schiphol wel degelijk een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie is in de zin van de Opvangrichtlijn, en dat de rechtbank ten onrechte de grensdetentie onrechtmatig had verklaard.
Daarnaast werd het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk verklaard omdat dit volgens de Vreemdelingenwet 2000 niet mogelijk is in grensdetentiezaken. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep alsnog ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk en het beroep ongegrond; de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.