ECLI:NL:RVS:2025:1226
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vrijheidsontnemende maatregel en toekenning schadevergoeding aan vreemdeling
De vreemdeling arriveerde op 21 november 2024 vanuit Casablanca op Schiphol en vroeg op 22 november 2024 asiel aan. De minister van Asiel en Migratie legde hem op diezelfde dag een vrijheidsontnemende maatregel op zonder hem vooraf te horen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het niet horen van de vreemdeling voorafgaand aan de maatregel de maatregel vanaf het begin onrechtmatig maakte, zoals eerder bevestigd in een uitspraak van 14 maart 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:1096). Hierdoor werd het hoger beroep gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Omdat de maatregel inmiddels was opgeheven, was een bevel tot opheffing niet nodig. De vreemdeling kreeg recht op een schadevergoeding van €7.100,00 over de periode van 22 november 2024 tot en met 31 januari 2025. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €2.721,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel is onrechtmatig verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de vreemdeling toegekend een schadevergoeding en proceskostenvergoeding.