ECLI:NL:RVS:2025:1096
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- N. Verheij
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vrijheidsontnemende maatregel wegens niet horen vreemdeling
De vreemdeling arriveerde op 21 november 2024 vanuit Casablanca op Schiphol en vroeg op 22 november 2024 asiel aan. De minister van Asiel en Migratie legde hem op diezelfde dag een vrijheidsontnemende maatregel op zonder hem vooraf te horen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, maar de vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad oordeelt dat de minister bij het opleggen van een vrijheidsontnemende maatregel altijd een belangenafweging moet maken waarbij alle relevante individuele omstandigheden betrokken moeten worden. Het niet horen van de vreemdeling betekent dat de minister onvoldoende kennis heeft vergaard over zijn persoonlijke situatie, waardoor de belangenafweging onrechtmatig is. Dit leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank.
De vrijheidsontnemende maatregel wordt met ingang van de uitspraak opgeheven. Daarnaast krijgt de vreemdeling een schadevergoeding van €11.300 toegekend over de periode van 22 november 2024 tot en met 14 maart 2025. Ook worden de proceskosten van €2.267,50 aan de vreemdeling toegekend. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het beroep alsnog toegewezen.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel wordt opgeheven en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding en proceskosten toegekend.