ECLI:NL:RVS:2025:1227
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vrijheidsontnemende maatregel wegens niet horen vreemdeling
De vreemdeling arriveerde op 15 november 2024 vanuit Casablanca en vroeg op 16 november 2024 asiel aan op Schiphol. De minister van Asiel en Migratie legde haar op diezelfde dag een vrijheidsontnemende maatregel op zonder haar voorafgaand te horen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat het niet horen van de vreemdeling voorafgaand aan het opleggen van de maatregel de maatregel onrechtmatig maakt, waarmee het hoger beroep gegrond werd verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd.
Omdat de vrijheidsontnemende maatregel inmiddels was opgeheven, was een bevel tot opheffing niet nodig. Wel werd de vreemdeling een schadevergoeding van €8.800 toegekend over de periode van 16 november 2024 tot en met 11 februari 2025. Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €2.267,50 voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding toegekend.