Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2025:1239

Raad van State

Datum uitspraak
25 maart 2025
Publicatiedatum
25 maart 2025
Zaaknummer
202405352/1/V2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 91 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging uitspraak rechtbank over niet tijdig besluit verblijfsvergunning asiel

De vreemdeling stelde de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in gebreke wegens het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na het uitblijven van een besluit stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank, die het beroep gegrond verklaarde en de minister verplichtte uiterlijk binnen een gestelde termijn te beslissen, met een dwangsom bij overschrijding.

De vreemdeling ging in hoger beroep tegen deze uitspraak, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep ongegrond is. De rechtbank had terecht geoordeeld en de motivering werd overgenomen. Er waren geen vragen die rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin vereisten.

De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft hiermee het belang van tijdige besluitvorming in vreemdelingenzaken benadrukt en de rechtsbescherming van de vreemdeling gewaarborgd.

Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

202405352/1/V2.
Datum uitspraak: 25 maart 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 19 augustus 2024 in zaak nr. NL24.25144 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij brief van 31 mei 2024 heeft de vreemdeling de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in gebreke gesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag van 30 juli 2021 om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.
De vreemdeling heeft tegen het uitblijven van een besluit op zijn aanvraag beroep ingesteld bij de rechtbank.
Bij uitspraak van 19 augustus 2024 heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en bepaald dat de minister uiterlijk op 25 september 2024 een besluit neemt op de aanvraag van de vreemdeling. De minister verbeurt hierbij een dwangsom van € 100,00 voor elke dag dat hij die termijn overschrijdt, met een maximum van € 7.500,00.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. E. Derksen, advocaat in Velp, hoger beroep ingesteld.
De minister heeft een nader stuk ingediend, waarop de vreemdeling heeft gereageerd.
Overwegingen
1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 5.1 van de uitspraak van de rechtbank over.
1.1.    Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.C.W. Lange, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.A.M.J. Graat, griffier.
w.g. Lange
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Graat
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 25 maart 2025
307-1088