ECLI:NL:RVS:2025:1263
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie heeft op 13 december 2024 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 3 maart 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat de vreemdeling niet heeft toegelicht waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn. Hierdoor kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep. Tevens wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter H.G. Sevenster op 26 maart 2025, in aanwezigheid van griffier N. Tibold. Hiermee is het hoger beroep definitief afgewezen en is de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel in stand gebleven.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.