ECLI:NL:RVS:2025:1286
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.H. van den Biggelaar
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen spoedeisende bestuursdwang voor verkeerd aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 13 mei 2024 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een grote platgemaakte doos te verwijderen die naast een inzamelvoorziening was aangetroffen. De doos was voorzien van een adreslabel met de naam en het adres van appellant, die betwistte de doos verkeerd te hebben aangeboden en stelde dat hij deze in een puincontainer had gegooid.
Het college stelde appellant aansprakelijk voor de kosten van bestuursdwang. Appellant maakte bezwaar, dat werd afgewezen, waarna hij beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde de zaak op 19 februari 2025.
De Raad oordeelde dat het bewijsvermoeden geldt dat degene van wie het afval afkomstig is, ook de overtreder is. Appellant kon dit vermoeden niet voldoende ontkrachten met zijn stellingen. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en hoefde het college geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot spoedeisende bestuursdwang wordt ongegrond verklaard.