ECLI:NL:RVS:2025:129
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- J.J.W.P. van Gastel
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek overkomst ambassadebewaker uit Afghanistan
Appellant, een Afghaanse ambassadebewaker die via een externe dienstverlener werkte, verzocht de minister van Buitenlandse Zaken om zijn overkomst naar Nederland te faciliteren. Deze verzoeken werden afgewezen op grond dat appellant niet onder de speciale voorziening valt die is ingesteld na de val van Kabul en de motie Belhaj.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de motie Belhaj een politiek verzoek is zonder rechtsgevolg en dat de brief van 18 augustus 2021 alleen betrekking had op de acute evacuatiefase die per 26 augustus 2021 was beëindigd.
Verder is het onderscheid tussen ambassadebewakers met een dienstverband bij de ambassade en degenen die via een externe dienstverlener werken, gebaseerd op objectieve en beargumenteerde gronden. De minister had beleidsruimte om deze keuze te maken en het beleid is niet in strijd met het rechtszekerheids- of gelijkheidsbeginsel.
De Afdeling bevestigt daarmee het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot overkomst bevestigd.