ECLI:NL:RVS:2025:13
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing machtiging voorlopig verblijf en terugwijzing naar rechtbank
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 31 augustus 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf af. Na bezwaar en een eerdere uitspraak van de rechtbank die het besluit vernietigde, verklaarde de staatssecretaris het bezwaar opnieuw ongegrond. De rechtbank verklaarde het daaropvolgende beroep ongegrond, waarna de vreemdeling en referent hoger beroep instelden bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte niet heeft beoordeeld of de minister het eerdere corrigerende rechtsoordeel van de rechtbank Haarlem van 17 februari 2023 heeft nageleefd. De Afdeling benadrukt dat het bestuursorgaan gebonden is aan dat oordeel en dat ook de bestuursrechter deze binding moet respecteren.
Daarom wordt het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank voor behandeling met inachtneming van het oordeel van de Afdeling. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en wordt het betaalde griffierecht aan de vreemdeling en referent terugbetaald.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen.