ECLI:NL:RVS:2025:1365
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting en weigering verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 27 maart 2023 werd afgewezen en waarbij tevens een inreisverbod werd uitgevaardigd. De minister wijzigde en vulde dit besluit op 9 december 2024 aan, maar trok het terugkeerbesluit en inreisverbod op 17 januari 2025 weer in. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het oorspronkelijke besluit voor zover gewijzigd niet-ontvankelijk en het beroep tegen het oorspronkelijke besluit voor zover niet gewijzigd en het intrekkingsbesluit ongegrond.
De vreemdeling stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij niet zou worden uitgezet voordat op het hoger beroep was beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen. De voorzieningenrechter overwoog dat de minister had erkend dat de vreemdeling een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Jemen en dat daarom geen uitzetting zal plaatsvinden.
Gezien deze omstandigheden en de verdere aangevoerde gronden zag de voorzieningenrechter geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek werd dan ook afgewezen en de minister werd niet verplicht proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen uitzetting en voor opvang wordt afgewezen.