ECLI:NL:RVS:2025:1371
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- N. Verheij
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen onrechtmatige bewaring transgender vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde een transgender vreemdeling in bewaring en plaatste haar op een mannenafdeling in Detentiecentrum Rotterdam. De rechtbank oordeelde dat de bewaring onrechtmatig was vanwege het ontbreken van onderzoek naar een passende plaatsing en kende schadevergoeding toe.
De minister stelde hoger beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de minister bij aanwijzing van de plaats van bewaring verplicht is onderzoek te doen naar een passende oplossing voor transgender vreemdelingen. De minister had rekening gehouden met de transgenderidentiteit door plaatsing op de Extra Zorg Afdeling (EZA), een prikkelarme afdeling met speciaal opgeleid personeel.
De vreemdeling had niet kenbaar gemaakt zich onveilig te voelen op de EZA, waardoor de minister mocht verwachten dat zij dit zelf zou aangeven. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Ook werd geen aanleiding gezien voor een andere beoordeling van de rechtmatigheid van de bewaring.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard met afwijzing van schadevergoeding.