ECLI:NL:RVS:2025:1391
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- G.O. van Veldhuizen
- H. Benek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering omgevingsvergunning voor tandartsenpraktijk wegens onvoldoende motivering
Appellante, eigenaar van de begane grond van een pand in Amsterdam, verzocht om een omgevingsvergunning om een tandartsenpraktijk te vestigen. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam weigerde deze vergunning op grond van het bestemmingsplan "Westerpark Zuid", waarin maatschappelijke voorzieningen zoals een tandartsenpraktijk niet bij recht zijn toegestaan. Na bezwaar en beroep handhaafde het college de weigering, waarna de rechtbank het beroep ongegrond verklaarde.
Appellante stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het college en de raad onvoldoende en niet-deugdelijk hadden gemotiveerd waarom een tandartsenpraktijk op de locatie niet ruimtelijk aanvaardbaar zou zijn. Dit motiveringsgebrek is in strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank, en bepaalde dat het college opnieuw in bezwaar moet beslissen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het besluit van het college om de omgevingsvergunning te weigeren wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering; het college moet opnieuw beslissen.