ECLI:NL:RVS:2025:1398
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling en toekenning opvang en verstrekkingen
De minister van Asiel en Migratie wees op 2 januari 2025 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit op 19 maart 2025 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 31 maart 2025 besloten dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat de minister de proceskosten van € 907,00 moet vergoeden, welke betrekking hebben op door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is getroffen op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij de belangen van de vreemdeling en de procedurele rechtvaardigheid zijn meegewogen. De uitspraak is openbaar gedaan en ondertekend door voorzieningenrechter B. Meijer en griffier M.C.S. Heinen.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.