ECLI:NL:RVS:2025:1468
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking wapenverlof, Europese vuurwapenpas en erkenning wegens niet naleven opbergvoorschriften
De korpschef heeft op 27 mei 2021 het wapenverlof, de Europese vuurwapenpas en de erkenning explosieven civiel gebruik van appellant ingetrokken nadat bij een politiecontrole bleek dat het vuurwapen niet in de daarvoor bestemde wapenkluis was opgeborgen, terwijl de vrouw en zoon van appellant aanwezig waren.
Appellant voerde aan dat het wapen aan het schoonmaken was en niet onbeheerd buiten de kluis lag. Ook stelde hij dat bij een eventuele overtreding verzachtende omstandigheden golden, omdat hij al veertig jaar sportschutter is en het wapen in een beveiligde kast lag.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het niet veilig opbergen van het vuurwapen een ernstig veiligheidsrisico vormt en dat de minister en korpschef terecht het wapenverlof, de Europese vuurwapenpas en de erkenning mochten intrekken. Een waarschuwing was niet passend gezien de ernst van de situatie.
Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraken van de rechtbank Oost-Brabant werden bevestigd. De minister en korpschef hoeven geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van het wapenverlof, de Europese vuurwapenpas en erkenning wordt bevestigd.