ECLI:NL:RVS:2021:750
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking jachtakte wegens onveilige bewaring jachtwapen
Bij besluit van 9 november 2018 heeft de korpschef van politie de jachtakte van appellant ingetrokken vanwege het niet veilig opbergen van een jachtwapen en munitie. Appellant stelde dat het proces-verbaal van bevindingen onjuist en subjectief was en dat hij op het moment van het huisbezoek op het punt stond te gaan jagen, wat niet was opgenomen in het proces-verbaal. De rechtbank oordeelde dat het proces-verbaal op ambtseed was opgesteld en dat er geen reden was om daarvan af te wijken.
Appellant voerde tevens aan dat de intrekking disproportioneel was en dat de overtreding als een lichtere onregelmatigheid met een schriftelijke waarschuwing had moeten worden afgedaan. De Raad van State oordeelde dat het niet veilig opbergen van een jachtwapen een potentieel ernstig gevaar voor de samenleving vormt en dat de minister zich terecht op het standpunt kon stellen dat het hier niet om een lichtere onregelmatigheid ging.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Gelderland is bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de jachtakte bevestigd.