ECLI:NL:RVS:2025:1491

Raad van State

Datum uitspraak
3 april 2025
Publicatiedatum
3 april 2025
Zaaknummer
202501571/2/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag

De minister van Asiel en Migratie had op 9 januari 2025 een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van betrokkene niet in behandeling genomen. Betrokkene stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, die op 11 maart 2025 het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen.

De minister ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen. Hiermee wilde hij voorkomen dat hij het vonnis van de rechtbank moest uitvoeren voordat het hoger beroep was afgerond.

De voorzieningenrechter overwoog dat het hoger beroep nader onderzoek vereist, mede vanwege relevante eerdere zaken over het interstatelijk vertrouwensbeginsel en de opvang van niet-kwetsbare alleenstaande mannen bij asielaanvragen. Daarom werd de voorlopige voorziening getroffen dat de minister niet hoeft te voldoen aan het vonnis van de rechtbank totdat het hoger beroep is beslist.

De voorzieningenrechter bepaalde tevens dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd op 3 april 2025 in het openbaar gedaan.

Uitkomst: De minister hoeft het vonnis van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.

Uitspraak

202501571/2/V3.
Datum uitspraak: 3 april 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 11 maart 2025 in zaak nr. NL25.1444 in het geding tussen:
[betrokkene]
en
de minister.
Procesverloop
Bij besluit van 9 januari 2025 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 11 maart 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.
Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Betrokkene heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1.       De minister verzoekt de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening te treffen dat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist.
2.       In het licht van de zaken die de Afdeling op 10 december 2024 op zitting heeft behandeld, nrs. 202404274/1/V3, 202404286/1/V3 en 202404292/1/V3, over het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor België bij asielaanvragen van niet-kwetsbare alleenstaande mannen en in het bijzonder de toegang van deze groep tot de opvang, vergt het hoger beroep nader onderzoek, waarvoor deze procedure zich niet goed leent. Daarom treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening.
3.       De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de minister van Asiel en Migratie geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. N.A. de Jong, griffier.
w.g. Soffers
voorzieningenrechter
w.g. De Jong
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 3 april 2025
981