Eiser, een alleenstaande, meerderjarige, niet-kwetsbare mannelijke asielzoeker uit Bangladesh, diende op 28 september 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat België volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser stelde dat België onvoldoende opvang biedt, waardoor hij risico loopt op ernstige materiële deprivatie en schending van zijn rechten onder het Handvest en EVRM.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken van de meervoudige kamer waarin werd geoordeeld dat alleenstaande, meerderjarige, niet-kwetsbare mannelijke asielzoekers bij overdracht aan België een reëel risico lopen langdurig zonder opvang te blijven. Verweerder had de mogelijkheid om nader onderzoek te doen naar de opvangsituatie in België, maar heeft dit niet adequaat gedaan. De informatie van de Belgische autoriteiten bevestigt het tekort aan opvangplekken.
De rechtbank concludeert dat het standpunt van verweerder niet zorgvuldig is voorbereid noch deugdelijk gemotiveerd. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen vier weken een nieuw besluit te nemen, waarbij hij de opvangsituatie en individuele omstandigheden van eiser moet betrekken. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.