ECLI:NL:RVS:2025:1518
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 31 juli 2024 is afgewezen. De rechtbank heeft op 11 maart 2025 het beroep van verzoeker gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten. Verzoeker stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist, en dat hij opvang en verstrekkingen moet ontvangen. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, welke geheel toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A. Kuijer op 7 april 2025, waarbij tevens de griffier T. Toonen aanwezig was. De voorlopige voorziening beschermt de belangen van verzoeker gedurende de procedure van hoger beroep.
Uitkomst: Verzoeker wordt beschermd tegen uitzetting totdat het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.